Verba volant
scripta manent

Blog: Het Weerwater

Opdracht: Blog
Aantal woorden: Geen maximum
Gepubliceerd: Augustus 2015
Medium: Website


Jarenlang heb ik behoorlijk fanatiek een weblog bij gehouden. Enerzijds natuurlijk omdat ik oprecht van schrijven houd, maar ook ontdekte ik dat ik een vaste schare lezers had die zich op mijn blog abonneerden. Wetende dat zij zitten te wachten op een nieuw relaas motiveert ook om te schrijven. Tegenwoordig is het een prachtig archief waar ik zelf graag in struin, mooie herinneringen ophalend en herbelevend.

Het was een hele gewone doordeweekse zondag toen Martine me appte dat ze zin had om te picknicken. Ik was nog heel druk met wakker worden, maar picknicken is eten dus op de tast typte ik snel 'ja' terug, zodat daar geen misverstanden over waren. Ik rekte me nog even uit, in de veronderstelling dat Martine in de kamer naast me op dit briljante idee gekomen was, maar het volgende berichtje bewees iets anders: Heb je verzoekjes? Oh en als je me zoekt, ik ben al in de winkel.

Dat noem ik nog eens daadkracht. Ik had geen verzoekjes, alles wat Martine bedenkt op het gebied van eten is verrukkelijk.
Ik ging douchen en kleedde me aan, maar toen ik beneden kwam was Martine nog druk in de keuken. Shit, te vroeg beneden. Kan ik je ergens mee helpen? vroeg ik vriendelijk omdat ik nu eenmaal ontzettend behulpzaam ben. Maar dat hoefde niet, ze had alles onder controle. Misschien ook maar beter ook, want toen ze me later om een flesopener vroeg om mee te nemen pakte ik zonder aarzelen een dunschiller in. Maar daar krijg je geen biertjes mee open, bleek al snel.

Ik keek bewust niet naar wat er allemaal op het aanrecht geprepareerd en klaargezet werd maar toen ik wat naar de kliko mocht brengen zaten daar wel enige overblijfselen van een ananas bij. Een echte. Niet uit blik. Martine en picknicken, je weet gewoon dat het een feest wordt. Er werd een AH krat zo bedekt met fleurige theedoeken dat het net een echte picknickmand leek en Martine vulde hem met dubieuze zilverfoliepakketjes en andere geheimzinnigheden. Pinguinbordjes erbij, glazen, bestek, drankjes en twee grote kleden én twee handdoeken voor het geval we ook nog wilden zonnen. Ik had de basistas ingepakt. Externe oplader. Fotocamera. Portemonnee. Zonnebril. iPad. We waren er dus aan alle kanten helemaal klaar voor. 

We reden naar het Weerwater. Leuk detaill: dit meer heet zo omdat toen Almere er nog niet was, alles water was. Toen werd het allemaal ingepolderd om er dit leuke stadje van te maken en werd dit meer gecreeerd. Het werd dus Weer Water. Weerwater. Daar reden we dus heen. Parkeerden en verdeelden de spullen. Ik droeg de beide basistassen, Martine het gezellige kratje.

Op zich een goede verdeling, lachten we nog. Want hij was nu natuurlijk loeizwaar met al dat eten en drinken. En straks, als ik alles, ik bedoel we sámen alles opgegeten hadden, woog hij nog maar de helft. En dan zou ik hem dragen. 

Bij het Weerwater heb je strand, waarbij je een leuk uitzicht heb op stoere wakeboardende mannen, maar ook gras. We maakten een feilloos plan. We namen het verste stuk gras. Dat was wel even lopen maar daar lag bijna niemand, heerlijk veel privacy dus. En als we onze buikjes dan vol hadden konden we altijd nog verkassen richting het zand voor het zomerse strandgevoel. Kan niet misgaan. Het was best ver lopen met dat zware krat maar de basistassen wogen niet zo heel veel dus het was eigenlijk best heel goed te doen. Bij het gras aangekomen had Martine even een momentje nodig om haar trillende armen weer onder controle te krijgen terwijl ik de knalroze dekentjes spreidde. Vervolgens legden we al het eten feestelijk neer. Een kleine opsomming: verse aardbeitjes maar ook fruitspiesjes met verschillende soorten fruit, muffins, croissantjes, suikerbrood, donuts, drie verschillende soorten wraps, oa met zalm en geitenkaas, spiesjes met mozzarella, tomaat en bascilicum, stokbrood, aïoli en sausjes... Dan nog verschillende lekkere drankjes en zelfs aan een ijsklontje en schijfje citroen voor in mijn cola was gedacht! Je begrijpt wel, ik was volkomen gelukkig.

Toen alles uitgestald was maakten we enkele selfies. Dat vond ik wel respectvol want we wisten allebei dat over enkele minuten het mooie uitgestalde dekentje met etenswaren een ravage zou zijn.  Op het moment dat ik een hapje van mijn wrap met gerookte kipfilet nam gebeurde het. Er kwam een wesp. Hij keek naar mijn wrap, naar de verse aarbeitjes en rook even aan de donut. Ojee, zeiden wij. Een wesp. Geen reden tot paniek natuurlijk. We zijn geen kleine kinderen meer. Foei wesp, zeiden wij. Dat is niet voor jou.

De wesp voelde blijkbaar aan dat hij niet echt welkom was ofzo, want hij droop met hangende vleugeltjes af. Zo. Nu kon het picknicken dus echt beginnen. Ik strekte mijn arm uit om naar iets te graaien toen er weer een wesp kwam. Het was dezelfde belhamel als net maar nu met zijn broer. Ik zei het toch, zei de wesp. Donuts met spikkeltjes en verse aardbeien.
Martine en ik keken elkaar aan. Nee, we hadden ze niet uitgenodigd. Dit was een besloten picknick. Op het verste stukje gras. Wat ver lopen was. Vanwege de privacy. Maar met deze wespen erbij was er helemaal geen sprake van privacy. Ik voelde me bijzonder bekeken en in de gaten gehouden. Ik hield zelf de broers ook in de gaten, geef ik toe. Toen kwam er nog een wesp. Njammie, zei deze. Hier vernietig ik graag mijn smalle taille voor! Nee, nee, kreunde ik. De wesp was niet weg te slaan bij mijn glaasje cola met ijsklontje en schijfje citroen. Ik weet het goed gemaakt, zei ik gul. Ik goot een beetje cola op een bergje zand enkele meters van ons kleedje. Ik legde mijn schijfje citroen erbij. Dit is voor jullie, riep ik supervrolijk. Helemaal voor jullie! Nou, veel plezier met jullie picknick, wespjes! En ik probeerde zo onopvallend mogelijk terug te keren naar onze knalroze dekentjes. Daar zat ondertussen een hele kolonne aan wespen zich tegoed te doen aan onze picknick. Toen ik Martine haar beteuterde gezichtje zag was de maat vol. We gaan verhuizen, besloot ik.
 

In een razend tempo maar niet zo dat de wespen boos werden, pakten we alles weer in. Aardbeitjes. Muffins. Croissantjes en wraps. Alles. Zoals afgesproken droeg ik het krat dat dus verrassend zwaar was, en we liepen richting de auto. Vijf minuten hadden we gepicknickt. Vijf minuten. Vijf. En nu liepen we al terug. We zouden gewoon een beter plekje zoeken. Was hier in de buurt niet ook zo'n Thee Tuin? vroeg Martine. Ja, nu je het zegt, ik denk er eentje te weten. Kleinschalig, heel gezellig. En eigen etenswaren zijn toegestaan, wist ik nog. We waren bijna bij de auto toen ik heel even het krat neerzette. Het leek wel zwaarder te worden bij elke stap. Martine nam hem direct over en liep kordaat,sportief en erg sterk naar de auto. Daar deden we alles in de achterbak en besloten naar de bewuste Thee Tuin te gaan. Ik reed zonder navigatie in één keer goed, wat al bijzonder was. Omdat we er al eens eerder waren geweest mochten we gewoon achterom, heel gezellig.

En ja hoor. Een tuin. Met veel bloemen, een konijn, drie poezen, ligstoelen en overal gezellige zitjes. Je kon in de zon, half in de zon of in de schaduw. Er was een koelkast waar we eten en drinken in mochten parkeren en een tafeltje waar we ons kleedje overheen mochten leggen. Super handig, zit je ook niet zo op de grond maar op een comfortabel bankje. En het mooiste van alles was nog wel dat ze gewoon Wifi hadden. 
Kortom, we hebben onze picknick voortgezet op de beste picknickplaats die er is: mijn eigen tuin. Het smaakte allemaal verrukkelijk en daarna gingen we lezen en slapen op het gras. 's Avonds werd er zelfs nog gezellig een vuurtje aangestoken. Perfect.

Het enige kleine nadeeltje? Ik had met limonade heel enthousiast een wespenvanger gemaakt.
Maar we hadden thuis helemaal geen wespen.
Dus die is nu werkeloos en zo weet ik nooit of -ie werkt. Balen.

xx N.